Rosé wijnen - rose wijn
Rosé wijnen worden doorgaans gemaakt van blauwe druiven, al gebeurt dat soms ook in combinatie met witte druiven. De wijn krijgt haar rozige kleur omdat de schillen van de blauwe druiven minder lang in het geperste sap (“de most”) blijven liggen. De kleurstoffen in rode wijnen en rosé wijnen komen namelijk niet van het kleurloze sap van de blauwe druif, maar wel van de kleurstoffen in de schil.
Tijdens de vinificatie worden de druiven gekneusd, waardoor de schillen hun kleurstoffen afgeven aan het sap. De wijnmaker kneust de druiven tot de gewenste kleur bereikt is, en dan pas worden de druiven geperst. Schillen en sap worden dan ook van elkaar gescheiden. Hoe langer de schillen in het sap blijven, hoe donkerder de kleur van de rosé wordt. Ook de smaak van de rosé wordt er een stuk krachtiger door.
Vele mensen vragen zich af of een roséwijn mag gemaakt worden door rode en witte wijnen te mengen. Deze manier van werken is doorgaans verboden. Het resultaat heeft namelijk wel de kleur van rosé, maar niet de frisheid en de fruitige smaak ervan. Echte rosé wijnen laten zich immers kenmerken door een laag tannine-gehalte, waardoor een rosé over het algemeen erg fris en “gemakkelijk” te drinken is. Binnen de Europese Unie mogen rode en witte wijn enkel gemengd worden in de Champagnestreek, om “rosé champagne” te maken.
Heeft u vragen over de rosé wijnen die Dercor aanbiedt? Aarzel niet contact op te nemen. Wij helpen u graag verder.